Wonderling Nieuws oud2021-11-30T22:41:29+00:00
FAQ items aan het laden...

Nieuws

De draad weer oppikken

By |

Toen ik klein was, breide mijn moeder veel. Ik herinner mij nog het veilige gevoel van het getik van haar breinaalden als ze bij het haardvuur zat te breien. Mijn mama breide voor ons, haar gezin. Naast het maken van al die truien en kleedjes die ik als klein meisjes (en de hele wereld op dat moment met mij – Geef maar toe!) vreselijk vond en waarvan ik nu pas besef hoe ‘sjo’ ze waren, was het breien van mijn moeder mogelijks ook het begin van mijn kleine fascinatie voor touw, wol, draad, lijnen… (haar handigheid heb ik jammer genoeg niet geërfd.)

Moeder Rosa breit gewoon graag én in mijn kindertijd was het voor haar ook een manier om wakker te blijven. Mijn ouders moesten vele keren laat op de avond nog mijn nonkel Valère ophalen. Mijn vader is geboren in een familie van stukadoors (‘Plakkers’ gelijk dat we dat in het prachtige Westvlaams zeggen). Nonkel Valère was een zeer harde werker én werkte geregeld tot laat op de avond door. Ik herinner me nog levendig (alhoewel de mogelijkheid er natuurlijk ook wel inzit dat ik er de getrokken pistolen zelf bij verbeeld…) de verhalen van alweer een politie patrouille die dacht dat er iemand aan het stelen was op de bouwwerf en de laconieke reacties daarop van mijn nonkel Valère..

Mijn Nonkel Valère was ook de grootste liefhebber van chocolade die ik ooit gekend heb. Het was dankzij hem dat ik het gelukzalige gevoel leerde kennen van een stukje smeltende chocolade op je tong. Het bedenken van een nieuwjaarsgeschenk voor Nonkel Valère vormde bij niemand ooit een probleem… 🙂 Alle nonkels, tantes, neven en nichten kwamen op nieuwjaarsdag samen bij Mé Antoinette mét hun chocolade voor nonkel Valère. Mijn grootvader heb ik nooit gekend, maar van memé Antoinette herinner ik me nog haar voorkeur voor frisco’s. (Jawel, ik begin zelf ook een patroon te zien… het feit dat ik een zoetekauw ben, komt niet uit het niets ;-)). Tante Cécile was de taartenbakster en van Tante Nicole kreeg ik altijd de vraag: ‘Moej ’n een koka èn?’.

Mijn mama die breit en haakt tot op de dag van vandaag nog altijd machtig mooie dingen. Maar de meeste van die tantes en nonkels en zelfs al enkele van die neven en nichten zijn intussen al overleden… Gelukkig hoor ik nog altijd het getik van breinaalden (en kan ik nog altijd genieten van een stukje chocolade).

 

Samen met de onnavolgbare Seraphine Stragier maakten we een troostende muzikale vertelling ‘De draad weer oppikken’. Opgebouwd rond een warme fabel die de Izegemse stadsdichter Vincent Vandommele geschreven heeft, na het plotse overlijden van zijn zoon Sebastiaan. Janine Vandeleene maakte het beeld voor deze voorstelling. Met zoveel dank aan Ingrid Verhaegen, de mama van Sebastiaan voor het meewerken aan het filmpje en aan Manu Behaeghe voor het maken van het filmpje. (te zien tijdens de voorstelling!)

 

 

 

 

Kramp

By |

Voor de blogpost van deze week, schoot ik in een ferme kramp. Waarover zou ik in godsnaam schrijven? Eigenlijk was het meer een kieskramp, een soort brainfreeze door keuzestress. Praat ik over de komende vertellingen die tijdens de grote vakantie gepland staan? Over de projecten die in het najaar op stapel staan? Of lezen jullie liever over waarom ik als vierjarige uit angst voor Juffrouw Cecile in mijn broek plaste?

Polen – België kwam voorbij en ik herinnerde me: ik had hen beloofd ooit nog te vertellen over de jaren die ik bij eersteklasser KRC Harelbeke (bij de voetbal dus!) werkte. Ik was er de assistente van de technisch directeur, die tevens ook trainer en bullebak van dienst was. Het was een zéér interessante periode in mijn leven. Ik kende niks van voetbal. De eerste match die ik bijwoonde, had ik pas na een halfuur spelen door welke voetballers bij ‘mijn’ voetbalploeg hoorden. Ik werd in het voetbalbad gegooid en moest maar leren zwemmen (dat ken en kan ik gelukkig wel). Het was (en is wellicht nog altijd) een mannenwereld. Bij uitmatchen werd ik geregeld de toegang tot mijn zitje bij het omkaderend team geweigerd omdat ze dachten dat ik een voetballersvrouw was. Ik heb ooit in de dug-out een match meegevolgd en kreeg de opmerking dat ‘een vrouw op het veld’ bad mojo zou betekenen. (Ja, het ligt aan mij dat ge niet goed speelt, niet aan uw tekortkomingen… *zucht*)

‘De bal is rond’ hoor je wel eens zeggen bij het voetbal. Daarmee wordt bedoeld dat je eigenlijk nooit kan voorspellen wat er nog zal gebeuren. Toen ik onlangs een afscheidsplechtigheid mocht voorgaan van een fervent voetballer bedacht ik dat dat eigenlijk een heel mooie beeldspraak voor het leven kan zijn :

Elk van ons maakt in zijn leven plannen. We bedenken onze strategie, onze tactiek. We proberen ons voor te bereiden op wat komt. We oefenen, we trainen. We proberen de tegenstand te voorzien, te doorzien. Soms spelen we een thuismatch. Soms lukt alles – de assist van je teamgenoot die je maar binnen te koppen hebt, de aanval op de counter waardoor je moeiteloos scoort. Soms verliezen we – een mislukte pas, we staan buitenspel. Soms geef je de moed op, een andere keer blijf je knokken. De ene keer wordt je toegejuicht, de andere keer wordt je uitgejouwd. Soms is de scheidsrechter fair. Soms speel je een vuil spel. Soms draait alles goed in je team. Soms maak je de juiste keuzes. You win some, you lose some. De bal is rond.

Die keuzestress hoort nu éénmaal bij het leven én bij verhalen (of blogposts) maken. Tijdens de workshop ‘Maak je eigen verhaal’ probeer ik om die kieskramp wat in te perken. Je krijgt van mij een begin- en eindzin. Maar daartussen, lieve schatten, daartussen komt het – zoals altijd – helemaal aan op wat jij beslist.

Een ‘hasreerd keun’

By |

Ik kreeg vorige week een sms van mijn dochter om me te laten weten dat ze op het spoed lag. Ze was gevallen met haar fiets, er was veel bloed, ze was bijna flauwgevallen en ze was weggebracht in een ambulance. Het feit dat ze mij zelf kon berichten, stelde me maar half gerust. In zeven haasten daarheen natuurlijk. Het bleek uiteindelijk allemaal inderdaad mee te vallen. Toen ik haar vertelde dat we eerst op de verkeerde plek stonden – hoezo verhuist een ziekenhuis zomaar? – en ik dus de hele verdere weg op haar vader had zitten vitten, volgde een samenzweerderig glimlachje van dochterlief met het vit-slachtoffer in kwestie. Onmiddellijk wist ik : ze vinden me een ‘hasreerd keun’. Ze zeiden het me niet met zoveel woorden, maar die uitgewisselde blikken vertelden me genoeg.

Ik had eerder die week die woorden gehoord uit de mond van één van mijn opdrachtgevers. Het ging gelukkig niet over mij. Maar ik ken de uitdrukking en hij zat er eigenlijk wel recht op. De dame in kwestie waar hij het over had, is inderdaad nogal van het agressieve en opvliegende type. Het was al even geleden dat ik dit sappig gezegde gehoord had, maar als west-vlaamse pur sang, ken ik maar al te goed de betekenis er van. En ik moet toegeven, als ik moe, versleten en gestresseerd rondloop, dan ben ik inderdaad wel eens een ‘hasreerd keun’…

Mijn dochter zag mijn schuldbewust gezicht en als de fantastische meid die ze is, lachte ze onmiddellijk:  ‘Mama toch, ’t is gewoon tijd dat ’t vakantie is!’ Ze heeft groot gelijk trouwens, het is tijd dat ’t vakantie is, voor ons hele gezinnetje, maar we zullen toch nog even geduld moeten hebben.

En toen dacht ik aan al mijn heerlijke opdrachten van de laatste tijd en besefte ik dat vakantie ín mijn werk zit. Ik moet er gewoon leren van genieten, van die pareltjes van vermomd verlof: even ontspannen, even loslaten, even vrijheid inademen en alle stress uitademen. Zoals bij Studio ’t Hoveke – gardenstudio en glamping – bij Mickel, Tineke, Janne en Puffy.

Ik heb voor hen een kampvuurvertelling mogen maken die doorweven is met hun familiegeschiedenis. Ik ben dat verhaal bij de opening van hun prachtige plek mogen gaan vertellen én onder de even deskundige als aangename begeleiding van 8audio en Kevin Velghe ///motion stills  is de vertelling voor de eeuwigheid en alle gasten van de studio vastgelegd.

Het lukte me daar wonderling wel…  vakantie voelen. De plek nódigt gewoon uit tot ontspannen.  Het heeft wel iets, moet ik zeggen wat sluikverlof binnensmokkelen tijdens je werk. Ik kan het alleen maar aanraden. Dit ‘hasreerd keun’ huppelt dus intussen gelukkig weer heel wat vrolijker rond!

 

De buikepit blues

By |

In mijn buikepit, daar woont een elfje. Ze is zéér mooi, zéér sympathiek, maar ze kan wel zéér hard stinken. Af en toe, als alles me wat te veel wordt, dan ga ik bij haar op bezoek. Eerst nog fris ruikend en monter, luistert ze naar me. Ze doet niks meer of minder dan dat. Gewoon luisteren… het doet zo’n deugd. Daarna kijken we bij ons kampvuurtje samen naar de schaduwen die de buitenwereld op de wand van mijn buikepit gooit. Het is daar zo fijn en knus in mijn buikepit dat ik er eigenlijk nooit meer weg wil. Ik kom thuis bij mezelf. De perfecte ‘me-time’, als het ware. Mijn ziel heelt zich.

Maar… de schaduwen die ik zie passeren worden op den duur mijn hele wereld; het luisteren van mijn buikepit-elfje mondt uit in een – op den duur bijzonder irritant – ononderbroken geknik. Waarom zegt ze niks en knikt ze alleen maar? Ik begin me zorgen te maken: houdt haar fragiele nekje dat wel vol? Het zou toch fijn zijn om iets of wat van feedback te krijgen. Om misschien zelfs wat tegenspraak te krijgen… En wat ruik ik? Misschien is een kampvuurtje in een buikepit toch niet zo’n goed idee. Er begint vanalles van de wanden te smelten. Zowel ik als mijn elfje worden helemaal  bedolven onder een kleverige slijmerige buikepitwand smurrie. En stinken dat dat doet. Stinken. Ik wil hier weg, maar dat lukt natuurlijk intussen helemaal niet meer. Ik. zit. hier. vast.

En dan… zijn er mijn vrienden (die wonen gelukkig niet in mijn buikepit). Ze kennen mij. Ze gunnen mij mijn tijd in mijn buikepit. Ze weten ook wanneer het genoeg geweest is en ze mij – desnoods met geweld – vanuit de smurrie te voorschijn moeten takelen en me eerst en vooral onder de douche moeten duwen. Om me daarna te knuffelen, zoals bijvoorbeeld alleen ‘De Herten’ van mijn eeuwenoude makkers van Ampersand dat kunnen.

En dan kan ik weer verder, voor een hele tijd. Tot ik opnieuw de buikepit blues krijg. Ik weet niet hoe mijn buikepit-elfje het doet (misschien heeft ze wel haar geheel eigen buikepitelfjesvriendenwereld going on), maar feit is dat ze keer op keer weer geheel fris ruikend en monter voor me klaarstaat.

 

 

Mijn eerste keer

By |

Ik had onlangs de eer te mogen jureren bij het toonmoment ‘vertellen’ bij de Kunstacademie. Het was mijn eerste keer…** En net zoals bij alle eerste keren was ik eigenlijk wel behoorlijk nerveus: een gezonde spanning. Een verwachtingsvolle zindering trok door de toneelklas telkens wij, de jury, er binnenstapten.  Het katapulteerde me direct terug naar mijn eigen tijd in diezelfde academie. Ik volgde wat toen nog ‘dictie’ en ‘voordracht’ heette. Niet in de hoofdschool, maar in de vestiging van het dorp waar ik geboren en getogen ben. Het dorp waar ik ‘aan den lijve’ leerde hoe ver een kilometer is: de afstand tussen de kerk en de school. In die tijd speelde mijn hele leven zich af binnen die kilometer. De bakker, de beenhouwer, de schoenmaker, het speelplein (belangrijk!), de markt, de dokter, de jeugdbeweging voor de meisjes, de jeugdbeweging voor de jongens (belangrijk! ;)), de apotheek,… Gelukkig bevond zich binnen die kilometer ook de bibliotheek én de plek waar we dictie en voordracht konden volgen. Mijn wereld werd er instant groter van. Ik kan de bibliothecaresse niet dankbaar genoeg zijn voor haar geduld met mij. Altijd te laat met mijn boeken. Maar ze zat er niet mee in om bij mij thuis te komen aanbellen om de boeken te komen ophalen met een mengeling van boosheid en begrip. Het maakte dat ik bleef lezen, dat ik boeken verslond. Op de plek waar we dictie en voordracht volgden, leerde ik naast ‘mooi (toen nog) ABN praten’ – om te spélen! Diezelfde ‘leraar van levensbelang’ die ons dat goudklompje aanreikte, begeleidde ons natuurlijk ook tijdens onze examens. Om die examens af te leggen moesten we naar de hoofdschool. Dat wil zeggen dat ik buiten de straal van mijn gekende kilometer fietste, helemaal de brug over naar de hoofdschool… Het maakte indruk. Ik voel vandaag nog altijd diezelfde opgewondenheid als ik de poort van dat gebouw binnenstap: de wereld ligt voor mij open! En dat is een héérlijk gevoel. En toch was ik doodsbang: om mijn tekst te vergeten, om te verstijven van de zenuwen, om te vlak te spelen, om te stil te spreken, om te uitbundig te gaan waar het breekbaar moet zijn… Al die angsten zette ik om in één grote angst voor de jury. Elk van bovenvermelde dingen zullen zeker gebeurd zijn. Ik wou soms dat ik eventjes een vlieg met een teletijdsmachine kon zijn, om bij de juryberaadslagingen van toen aanwezig te zijn en te horen wat er gezegd werd…

Ik heb pareltjes gezien tijdens mijn jurering van onlangs. Stuk voor stuk stonden ze er, die jonge mensen die zich om de één of andere reden aangetrokken voelen tot ‘vertellen’. Ze stónden er.

En dus dacht ik bij mijn eerste keer jureren terug aan die bibliothecaresse en die ‘leraar van levensbelang’. Ze zaten elk op een schouder en fluisterden hun opmerkingen in mijn oor. Want zo ben ik ook door mijn jury behandeld toen: met geloof in mijn kunnen, met strengheid waar nodig, met liefde. Het heeft er mede voor gezorgd dat ik na 12 stielen en 13 ongelukken uiteindelijk de moed vond om van mijn passie mijn beroep te maken. Dat doet er me trouwens aan denken dat ik jullie ooit nog eens vertellen moet over mijn job bij de voetbal…(‘De bal is rond’ is daarbij dé levensles!)

**Voor wie aan deze blogpost begint te lezen vanwege de titel (Gotcha! :)) nodig ik heel graag uit op ‘Wie is er bang voor de grote boze wolf?‘. Schrijf je in op de nieuwsbrief en je blijft op de hoogte van waar & wanneer ik je rode oortjes bezorg!

Het hart

By |

Ik was als kind zeer “slap” – zoals we dat hier rond het Izegemse zo mooi plastisch uitdrukken. Een split? Geen probleem! Ik zou daar nu trouwens heel graag een foto van kunnen voorleggen als bewijs.  Als ik dat hier thuis vertel word ik onthaald op een verdacht gegrinnik: ze geloven me niet! Ik geef toe, een spagaat vond ik moeilijker (bij een spagaat wijst – volgens wikipedia – één been naar voor en één been naar achter en zijn de benen in elkaars verlengde; bij een split wijzen beide benen zijwaarts). Met een backbend ( zo heet dat nu blijkbaar, wij noemden dat ‘een brug uit stand’) had ik daarentegen absoluut geen enkel probleem.  Ik was toendertijd – het moet midden de jaren ’80 geweest zijn – dan ook lid van de turnclub ‘de Salto’s’ in mijn hometown. Ik vond het fantastisch! (Als ik nu terugdenk aan onze toenmalige maillootjes mag ik misschien toch wel blij zijn dat er geen fotografisch bewijs van is… ;))

Die split, spagaat of backbend lukken mij heden ten dage misschien fysiek niet meer, maar iedere ‘levensfase-genoot’ met een greintje eerlijkheid in zijn lijf,  zal moeten toegeven dat het stuk voor stuk onmisbare talenten zijn ‘in ’t gewone leven’. (En neen, ik heb het niet over seks! You dirty mind, you! :)) De hectiek van ons bestaan noopt ons, onvermijdelijk, tot het beoefenen van dergelijke levenskunstjes nu en dan. Wanneer de puberende hersens van dochterlief weer eens vergeten zijn wanneer de dansles begint en je tegelijktertijd al gisteren je boekhouding op orde moest hebben, terwijl de auto net NU niet wil starten (‘heb ik die wasmachine wel aangezet?’) én het van levensbelang is dat je vandaag op tijd bij je opdrachtgever bent… :

SPLIT! SPAGAAT!  BACKBEND! En *tromgeroffel* SALTO! (Een driedubbele als het moet…)

Maar! Maar. Het oefent en triggert wel je creativiteit. Je turnt alles om. Je combineert, wisselt, draait, springt, huppelt en… je maakt uiteindelijk de perfecte landing! (Ok, je maakt ‘soms’  de perfecte landing ;)) Je innerlijke keurturnster staart je sowieso met verbazing aan.

Die creativiteit? Daar hou ik van. Zeker als ik die in een opdracht kan en mag gebruiken. Zo stond ik zo’n 7 jaar geleden samen met de mensen van Bushcraft West voor volgend levensvraagstuk: Wat hebben cichorei, schapen en vuur met elkaar te maken? Op vraag van Stadslandschap West-Vlaamse Hart zijn wij samen ‘het avondprogramma’ op de tweedaagse Zoom@regio. Ik ga hier natuurlijk niet verklappen wat we er van gemaakt hebben. Maar ik kan jullie wel vertellen dat alle tieners van het 5de en 6de leerjaar die we al hebben zien passeren in Het Rokken (en dat zijn er – nu we aan ons 6de seizoen bezig zijn – al heel wat) de combinatie sprinkhanen, oogverkleuring, cichorei, ram, legende en vuur maken – absoluut niet vreemd vinden. Ze smullen ervan! (Letterlijk…)

Het is een prachtige turnoefening geworden, waarbij de feitelijke geschiedenis van de vertellocatie pittig gekruid wordt tot een ‘net eng genoeg’ avontuur voor deze prépubers. Zelfs na al die jaren vult mijn West-Vlaamse Hart zich met trots bij deze perfecte landing.

De nieuwe website

By |

Wie mij kent, heeft het me zeker al horen zeggen: “Ik ben bezig met een nieuwe website…” In oktober 2020 bestond Wonderling Verteltheater 5 jaar. Het plan was om tegen dan uit te pakken met mijn nieuwe thuis. Want zo voelt de wonderlinge website voor mij, als een thuisbasis. Mensen moeten onmiddellijk de wonderlinge sfeer kunnen opsnuiven. Ze moeten weten waar ze aan toe zijn en kunnen voelen waar ik met Wonderling naartoe wil. En laat dat nu net de moeilijkheid zijn. Het betekent dat ik keuzes moet maken. En dat vind ik niet makkelijk. Ik ben en blijf een eeuwige twijfelaar… Daarnaast kwam Corona ons leven binnen. Plots stond alles op losse schroeven en wist ik nog minder welke keuzes de juiste waren…

Die eerste vijf jaar voor Corona zijn niet vanzelf gegaan. Vallen en opstaan. Met zo veel vragen van zoveel mensen: ‘Wàt doe jij?!’ en ‘Kan jij dààr geld mee verdienen?!’ tot ‘Vertéllingskes!… moh…’ (Stel je een blik vol ongeloof voor). Maar ook: ‘De max dat jij dat doet!’ en ‘’t Was fantastisch!’ tot ‘We komen iedere keer als jij vertelt!” En daar begint mijn hartje dan weer van te huppelen! De balans draait absoluut positief uit. Ik zou het voor geen geld van de wereld willen missen! Eén keer vertellen, één keer die blik in de ogen van het publiek dat aan je lippen hangt, één keer die knuffel van je jongste luisteraar, één keer die klaterende lach van een hele klas en alle mist in mijn hoofd is verdwenen. Dus… keuzes werden gemaakt, beslissingen genomen, knopen doorgehakt. En hier is hij. Eindelijk. DE NIEUWE WEBSITE!

Kom binnen en geniet van de magie van aaivzz (Yves Debaes). Moest je deze website tovenaar te pakken willen krijgen, één adres: www.aaivzz.be. We hebben de krachten gebundeld met Kattoo, die verantwoordelijk is voor de prachtige foto’s. En zie er is een blog en al! 

Welkom. Echt. Welkom.

Diep Respect

By |

Zo ongeveer een jaar geleden (voorjaar 2021) – na een eenzame Corona winter, terwijl vertellingen vooral online plaatsvonden – besloot ik om mijn horizon te verbreden. Ik had in 2016 al de eer gehad om samen met twee gouden meiden, Nora en Dore, naar hun groeifeest toe te leven en te begeleiden. En in 2019 kreeg ik van de onnavolgbare Janneke het vertrouwen om samen met haar haar groeifeest vorm te geven. Ik vond het beide keren héérlijk om te mogen doen en ik was zo dankbaar voor het vertrouwen! Eén van de dingen waardoor ik van Wonderling hou, is het uitdrukken van emoties via taal. Een belangrijke pijler bij rituelen. Ik bedacht dus dat ik een opleiding ritueelbegeleider zou kunnen volgen. Tijdens mijn zoektocht naar een goede opleiding, kwam ik in contact met de mensen van Diep Respect. ‘Diep Respect’ is een samenwerking tussen enkele voorgangers bij een afscheidsplechtigheid.

Sterven maakt deel uit van het leven. Ik heb zeer jong afscheid moeten nemen van mijn eigen vader. Het leven leerde mij al snel dat rouwen de schaduwzijde van liefhebben is. Toen de mensen van ‘Diep Respect’ mij de kans gaven om door hen begeleid te worden tot voorganger, voelde en voel ik dat aan als een zeer grote verantwoordelijkheid. Ik weet hoe belangrijk dat moment van afscheid nemen is. Sinds november 2021 mag ik zelf een afscheidsplechtigheid voorgaan.

Ik begin met luisteren. Oprecht luisteren. Meer is er niet nodig op dat moment. Nabij zijn en luisteren. Samen bespreken we hoe de afscheidsplechtigheid er zal uitzien. Op de dag van de plechtigheid mag ik dan het afscheid voorgaan. Soms houdt dat in dat je spreekt in naam van de naasten, soms is dat een steun zijn voor de naasten die zelf willen spreken.

Het is zo betekenisvol om even mee te stappen met mensen op het begin van hun pad van de rouw. Ik voel dan ook een zeer grote dankbaarheid voor dat vertrouwen.

Door dik en dun

By |

Ik had het hier al verteld. Eigenlijk wou ik in 2020 al een nieuwe website, maar er is iets tussen gekomen… Begin 2020 was ik met de mensen die ik het liefst van al op de wereld zie, er even tussenuit. We vierden nieuwjaar in Bouillon en bleven daar een paar dagen om te wandelen, te rusten, te genieten. Terwijl het daar echt zalig vertoeven was, kondigde het jaar zich toch al ‘shitty’ aan. Op die prille 1 januari-ochtend van 2020 ontdekten we dat het meldingssysteem voor ‘vol’ van ons campertoilet het had laten afweten… ‘Shittty’ it was! Maar we lieten ons niet doen, kuisten alles goedgemutst (het was koud) op en begonnen proper gepoetst, frisgewassen en vol goede moed aan ons nieuwe jaar met de laddertjeswandeling! Daar en dan tijdens die wandeling heb ik twee dingen besloten: “er komt een nieuwe website” én “ik ga vermageren”. Het ene plan maak ik blijkbaar om de vijf jaar, het andere is een terugkerende factor in mijn leven… Eenmaal thuis schoot ik in actie voor mijn beide plannen. Ik lette op mijn voeding en bewoog weer meer én ik contacteerde de mensen die ik vertrouw om mijn website vorm te geven. Toen Corona ons allemaal verraste was ik al een heel aantal kilo’s kwijt en de rust die die eerst lockdown voor mij met zich meebracht ondersteunde me te blijven gaan. Van zodra het kon, liet ik foto’s nemen door de onnavolgbare Kattoo om te gebruiken op mijn website. Intussen denderde het leven vooruit en dat bracht kilo’s met zich mee. Corona kilo’s, ‘ik maak me zorgen’ kilo’s tot ‘dit is lèkker!’ kilo’s. Ik maak geen onderscheid. Kilo’s zijn kilo’s. En nu een tweetal jaar en een tiental kilo verder is mijn website er eindelijk. En ik ben zo blij!!!! Maar ik maak me ook wat zorgen. Gaan de mensen die me niet kennen en me via de website contacteren niet te hard schrikken als ze me zien? “Wie heeft Tilde opgegeten?” Zoiets? Ik kan enkel dit beloven: ik blijf altijd mijn wonderlinge vertelsels brengen met dezelfde passie, met dezelfde magie… door dik en dun!

Blijf je graag op de hoogte ?

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

    * Privacy policy zie link – website gevormd door: www.aaivzz.be

    Volg ons op:
    Ga naar de bovenkant